Wat hem “GS1” maakt
Een GS1 DataMatrix gebruikt hetzelfde symbool als elke Data Matrix, maar zijn gegevens volgen de GS1-regels. Hij begint met het speciale FNC1-teken, dat de scanner vertelt dat de inhoud is gestructureerd als GS1-toepassingsidentificatoren (Application Identifiers), elk een kort getal dat aangeeft wat de volgende waarde betekent.
Velden van variabele lengte worden afgesloten met een groepsscheidingsteken, zodat de scanner weet waar het ene veld stopt en het volgende begint. De haakjes in de leesbare tekst, zoals (01), worden niet in de barcode zelf opgeslagen.
- (01) GTIN, de productidentificatie van 14 cijfers
- (17) houdbaarheidsdatum in JJMMDD-vorm
- (10) batch- of lotnummer
- (21) serienummer
Waarom de gezondheidszorg het gebruikt
GS1 DataMatrix wordt veel gebruikt op geneesmiddelenverpakkingen en medische hulpmiddelen, omdat hij een productcode, een uniek serienummer en een houdbaarheidsdatum in een heel kleine ruimte kan bevatten. Die combinatie maakt serialisatie mogelijk, waarbij elke afzonderlijke verpakking geïdentificeerd en geverifieerd kan worden.
Regelgeving in meerdere regio’s bouwt hierop voort. In de Verenigde Staten vereist de Drug Supply Chain Security Act een productidentificatie in een 2D-barcode op verpakkingen van receptgeneesmiddelen, en in de Europese Unie vragen de regels van de richtlijn vervalste geneesmiddelen een uniek identificatiekenmerk in een Data Matrix op veel receptgeneesmiddelen. Controleer de actuele regels voor jouw markt, want details en deadlines verschillen.
Een voorbeeld van inhoud
Een verpakking kan (01)09506000134352(17)271231(10)AB123(21)SN0001 bevatten, wat een scanner leest als de GTIN, een houdbaarheidsdatum van 31 december 2027, batch AB123 en serienummer SN0001. De leesbare tekst staat meestal naast het symbool gedrukt.